Van Enschede naar Bergen op Zoom
Ik moest dit weekend werken.
Ik had little-bestuur weekend bij Wouter in Amsterdam.
Ik heb vrijdag en zaterdag gewerkt en zondag bij Wouter gezeten. Maar daarvoor moest ik eerst in De Heen komen. Dit plaatsje is niet Zeeland en ook niet België. Maar wel bijna, het ligt dus net nergens en de bewoonde wereld begint dan zo'n beetje weer in Bergen op Zoom. Dus mijn treinreis had dat doel. Een uurtje of vier aan reisplezier, zorgvuldig gepland via Utrecht, om vooral het gebrek aan spoor tussen Nijmegen en Arnhem te vermijden. Via Utrecht is er wel spoor, heel veel spoor, langs elkaar en door elkaar heen, van de ene kant van het land naar de andere kant. Tussen Enschede en Bergen op Zoom ligt heel erg veel spoor.
Voor wie wel eens in de breedte door Nederland met de trein reist zal de nepleren, rode treinbank niet onbekend zijn. Deze trein heb ik standaard, deze coupé's ken ik op mijn duimpje. De rit naar Amersfoort was zoals altijd, splitsen. Schiphol of Amsterdam CS, dat is normaal het devies, waarbij ik dan naar Schiphol moet zodat mijn ouders mij kunnen oppikken op het altijd pitoreske Hoofddorp CS. Maar mijn ouders waren niet thuis, mijn vader was op het werk en mijn moeder was al in Bergen op Zoom. Dus vandaag was de keuze anders... overstappen naar Utrecht, naar de stad van Tanzwut, a balladeer, the Feeling en zo veel andere dingen.
Het was warm. Erg warm. De afgelopen twee dagen heb ik niet echt heel goed geslapen door het aanhoudende zwoele weer. De nepleertrein is niet de beste en met een natte rug stap ik zijn zustertrein in, deze zal mij vervoeren van Amersfoort tot Rotterdam CS. Een leuk stukje stilzitten met een zacht briesje op mijn bol, verzorgd door de trein via rare gaten in de bagagerekken. Echt goed werkt het niet. Gelukkig is er een iPod met muziek en omdat het druk is, schuif ik aan bij een oudere Indische dame en een studente die met haar reiskoffer een zitplaats qua beenruimte blokkeert. Even denk ik dat ze me boos aankijkt terwijl ik gebruik maak van de nutteloze stoel en mijn o-zo-standaarde Eastpak-rugtas naast mij neerleg. Het valt mee, ze kijkt recht de weerkaatsende zon in als ze mij aankijkt en haar hippe bril mist de kenmerkende tint van zonwerende glazen. Ook zij heeft een iPod, een grijszilveren mini. Terwijl ik me afvraag wat ze luistert zet ik mijn muziek weer aan en wat harder... alle ramen staan open.
Er wordt weinig gepraat, heel weinig; een verdwaald stelletje kruipt tegen elkaar aan en verdwalen verder, terwijl het meisje tegenover mij de interesse voor haar boek steeds vaker verliest aan het voorbijtrekkende land. In het spiegelde glas speelt zich een spel tussen haar ogen en korenvelden. Steeds weer ontdekt ze iets om haar blik op te richten en haar boek glijdt langzaam van haar schoot op haar koffertas. Zonder het door te hebben begint ze mee te zingen op de muziek, onhoorbaar door het razen van de trein. Haar blik eindigt in de verte... en dan is het nummer af en ontdekt ze een dikkig boek op haar rok. Het boek is lang niet uit, de bladwijzer kan niet verder dan een tiende van het boek verplaatst zijn. Ze telt de pagina's en gaat verder.
Hoewel ze verstopt zit in de hoek, bekijk ik haar nog eens goed. Na de gok dat de highlights in haar haar niet van de zon zijn, besluit ik dat ze er best aardig uitziet. Op het moment dat ik me weer bezig wil gaan houden met de rest van de omgeving, betrapt ze me op de valreep. Ik kijk al veel te lang om weg te kijken... Ze glimlacht en zodra ze zeker is dat ze deze ook terug krijgt, duikt ze weer haar boek in. Mijn blik dwaalt kort af naar de oudere dame naast haar. Ze heeft het allemaal gezien en glimlacht, maar op een hele andere manier.
Op Utrecht stapt ze uit, terwijl dezelfde glimlach weer verschijnt als ze ons aankijkt. Terwijl ze tracht ons een goede dag te wensen door het lawaai van de conducteur en de rest van trein, vraag ik me af welke herinnering aan lang vervlogen tijden ik bij haar naar boven heb gehaald. Utrecht, centrum van NS-Nederland. Een jong Aziatisch meisje schuift aan terwijl ik me afvraag waarom ik niet hoef over te stappen. Oh ja, ik ging naar Bergen op Zoom, niet naar Schiphol. Dromend laat ik de muziek weer toe in mijn hoofd, omringd door witte koptelefoons. Een roze en blauwe mini vergezellen mij, beheerd door de nieuwe dames in de coupé. Het is nog steeds warm en het luchtgat boven mij maakt nog steeds lawaai. Zouden de andere mensen ook zo'n plakgevoel hebben?
Korenveldmeisje spiekt. Alsof ze vals speelt tijdens Triviant heeft ze haar boek op het tafeltje gelegd en kijkt ze naar het boekje van haar buurvrouw. Vette pech, ze schrijft in het Chinees. Ik deel haar pech. Rotterdam CS en Korenveldmeisje kiest rechts, terwijl links toch echt beter is voor mij.
Het is ondertussen spits en ik zit in de intercity naar Vlissingen. Het is nog steeds warm. Gelukkig is het een airco-trein. Ongelukkig zit ik in het balkon te wachten tot er stoelen vrijkomen. Hier is geen airco. Hier... is het benauwd, heel benauwd. Dordrecht biedt soelaas en ik kruip ineen tegen de koude luchtstroom. Dit is mijn kasteel tot Bergen op Zoom.
Dit is het punt waarop de lichte tik van de intercom gaat. Dit is geen standaard tijd om om te roepen en al snel is het duidelijk... er zijn dingen stuk. Bah, ik had nog geen vertraging. Mijn muziek gaat uit en ik luister naar het bericht... tussen Goes en Middelburg. Zit ik al zover in het zuidwesten? Blijkbaar wel. Het houdt wel in dat ik veilig ben en ik zoek de koude weer op. Ik stap uit en samen met mijn moeder verlaat ik Bergen op Zoom.




